Het kabinet investeert fors in innovatie en technologie, blijkt uit de vandaag gepresenteerde Miljoenennota en de begrotingen per ministerie tijdens Prinsjesdag 2026. Dat het kabinet wilde inzetten op innovatie was al bekend uit het coalitieakkoord, dat op belangrijke punten de aanbevelingen van het rapport-Wennink overnam. De plannen blijven echter wel achter bij de adviezen uit dit rapport. Omdat de huidige coalitie een minderheidskabinet vormt, heeft het kabinet bovendien de steun van de oppositie nodig om alle bovengenoemde plannen definitief door te voeren.
Veel aandacht voor digitale innovatie in troonrede
“De toekomst wacht niet op achterblijvers”, zei koning Willem-Alexander in zijn troonrede van vanmiddag. Er was veel aandacht voor innovatie, digitalisering en veiligheid in zijn speech. Hij stelde onder meer dat onze nationale veiligheid steeds meer verweven raakt met wat er internationaal gebeurt. “Op dat vlak moet Nederland niet naïef zijn. Cyberdreigingen en digitale hacks vanuit Rusland en andere landen, en vanuit internationaal opererende criminele organisaties, zijn nu al aan de orde van de dag. Dat vereist een stevig antwoord. Het kabinet komt daarom met voorstellen zodat de inlichtingendiensten burgers en bedrijven beter kunnen beschermen tegen cyberaanvallen, desinformatie en terrorisme”, aldus de koning.
Grote en gerichte investeringen vereist
Als tweede randvoorwaarde voor de toekomst noemde hij een sterke en moderne economie. Hij noemde de vraag naar onze toekomstige welvaart ‘heel actueel’. “Zonder grote en gerichte investeringen dreigt Nederland achterop te raken, vooral in de technologiesector. Alle razendsnelle ontwikkelingen rond digitalisering en AI moeten natuurlijk in goede en veilige banen worden geleid. Maar de kansen die er liggen zijn enorm. Samen met het bedrijfsleven, kennisinstellingen en anderen werkt het kabinet aan een economie, waarin de ene innovatie de andere losmaakt en waarin start-ups en gevestigde bedrijven elkaar versterken.”
Lees ook:
“Dat vraagt in elk geval om meer financieringsmogelijkheden en experimenteerruimte. Vandaar de plannen voor een nationale investeringsinstelling en voor een speciale organisatie die zich richt op grensverleggende technologische doorbraken. Het briljante idee van een ondernemende eenling vandaag kan immers het ASML van morgen zijn, en daarmee het begin van een heel nieuwe topsector. Ook in Europa maakt Nederland zich sterk voor een verschuiving van geld voor de oude economie naar meer geld voor innovatie en technologische vernieuwing”, aldus de koning.
Toptalent aantrekken, opleiden en behouden
Daarnaast stelde hij dat voor een sterke economie een arbeidsmarkt die daar goed op aansluit essentieel is. “De arbeidsmarkt van morgen vraagt om het aantrekken, opleiden en vasthouden van toptalent in cruciale sectoren als AI, digitalisering, energie en biotechnologie.” Dat talent zit volgens de klant overal: van mbo en hbo tot de universiteiten. Het kabinet presenteerde hiervoor in de zomer een Talentstrategie. Die wordt de komende periode verder uitgewerkt, in overleg met onderwijsinstellingen, bedrijven, studenten en andere belanghebbenden. “Uiteraard moet er op een moderne arbeidsmarkt ruimte zijn voor talentvolle studenten en gespecialiseerde kenniswerkers uit het buitenland.”
Tot slot is het belangrijk dat de overheid zelf anders en beter gaat werken. “Kort samengevat: minder regelzucht en controledwang, meer ruimte voor mensen en bedrijven, en een overheid die niet hindert, maar help. Het motto van de overheidsdienstverlening moet zijn: snel en digitaal waar het kan, persoonlijk waar het moet.”
Miljoenennota en Rijksbegroting
Na het uitspreken van de troonrede overhandigde Eelco Heinen, minister van Financiën, het bekende koffertje met de Miljoenennota en de Rijksbegroting aan de Tweede Kamer. Ook in deze stukken kwamen de woorden innovatie, digitalisering, technologie, AI en cybersecurity veel voor. Hieronder lees je de belangrijkste plannen.
Minister Heleen Herbert (Economische Zaken en Klimaat) laat weten dat ondernemers geen grootschalige lastenverzwaringen krijgen, dat er rust komt rondom fiscale regelingen en dat de regeldruk wordt aangepakt. "Zo kan Nederland zich richten op innoveren, digitaliseren en verduurzamen. Sterker nog, we zetten zelfs ongekende stappen met publieke middelen om bedrijven te versterken. Door het oprichten van het Nationaal Agentschap voor Disruptieve Innovatie én een Nationale Investeringsinstelling. En met extra financiering voor kansrijke technologie via een nieuwe ronde van het Nationaal Groeifonds.”
Half miljard voor NADI
Omdat voldoende beschikbaarheid en toegankelijkheid tot (private) financiering voor innovatieve ondernemers en groeibedrijven dé achilleshiel is van de Nederlandse economie, gaat het kabinet een Nationale Investeringsinstelling (NII) oprichten. Het stelt daarvoor 3,3 miljard euro beschikbaar. Ook start het Nationaal Agentschap voor Disruptieve Innovatie (NADI) om te zorgen dat kennis veel vaker wordt omgezet in toepassingen voor de markt. In de komende vijf jaar wil de overheid de nu nog vaak ontbrekende rol als ‘launching customer’ pakken van innovatieve (mkb-)bedrijven. Hiervoor wordt een budget van 500 miljoen euro vrijgemaakt.
Hiermee voert het kabinet een eerdere afspraak uit het coalitieakkoord uit. Het Nationaal Agentschap voor Disruptieve Innovatie moet risicovolle technologische doorbraken versnellen door zelf grote innovatieopgaven te selecteren en bedrijven en onderzoekers de ruimte en financiering te geven om verschillende oplossingen te ontwikkelen.
Het agentschap is geïnspireerd op het Amerikaanse DARPA en moet helpen om Nederlandse kennis sneller om te zetten in toepassingen en economische groei. Het kabinet wil zo meer risico nemen bij innovaties die later belangrijk kunnen worden voor de Nederlandse economie.
Oud ASML-topman Peter Wennink had eerder voor zo'n agentschap een bedrag van 1,5 tot 2 miljard euro geadviseerd in zijn rapport. In een interview met Vrij Nederland pleitte hij recent nog voor een ander begrotingsbeleid. “Het kabinet maakt boekhoudkundig geen onderscheid tussen eenmalige uitgaven en investeringen die later geld opleveren”, zei hij in het interview. Hij stelt dat Nederland op achterstand wordt gezet door de manier waarop de overheid met langjarige investeringen omgaat.
Doorstart Nationaal Groeifonds
Wel wordt volgens de Miljoenennota tussen 2027 en 2031 375 miljoen euro vrijgemaakt voor een nieuwe ronde van het Nationaal Groeifonds. Dit moet leiden tot meer innovatie, omdat bedrijven belastingvoordeel krijgen of extra investeringsimpulsen.
Het Nationaal Groeifonds werd in 2020 opgericht om investeringen mogelijk te maken die de Nederlandse economie op langere termijn moeten versterken. Het fonds investeerde in onder meer 6G-technologie, groene waterstof en quantumtechnologie, maar kwam ook onder vuur te liggen. Critici stelden dat er te gemakkelijk geld werd uitgekeerd aan projecten die weinig met groei of innovatie te maken hadden. Het fonds werd tijdens het Kabinet-Schoof ‘on hold’ gezet, maar wordt nu opnieuw leven in geblazen. Het geld is bedoeld voor grootschalige projecten die bijdragen aan duurzame economische groei in Nederland.
Maatregelen digitale economie en -infrastructuur
De digitale economie en -technologieën groeien in een hoog tempo en zijn steeds belangrijker voor veel sectoren. Met name grote ontwikkelingen rondom Artificiële Intelligentie (AI) bieden volgens het kabinet kansen voor innovatie en ons toekomstig verdienvermogen. Daarom investeert het kabinet in wat daarvoor nodig is: sterke technologie, innovatieve bedrijven en een weerbare digitale infrastructuur.
Zo stelt het 120 miljoen euro beschikbaar voor de Nederlandse deelname aan een Important Project of Common European Interest (IPCEI) op het gebied van AI. ICPEI’s zijn grootschalige Europese samenwerkingen van bedrijven en kennisinstellingen rondom strategische innovatie of infrastructuur die strategisch belangrijk is voor de EU. Lidstaten mogen daaraan publieke financiering geven.
Daarnaast komt 18 miljoen euro beschikbaar voor zeebodemonderzoek naar een mogelijke aftakking naar Nederland van een nieuwe zeekabelverbinding tussen Europa en Azië via het Noordpoolgebied. Daarmee zet het kabinet in op sterkere en meer diverse digitale verbindingen en meer grip op deze infrastructuur waarvan de economie afhankelijk is.
Strategisch industriebeleid
Met gericht industriebeleid zet het kabinet in op de verdere versterking van de Nederlandse positie op strategische markten. De Taskforce Toekomstige Welvaart en Vestigingsklimaat gaat daarbij, vergelijkbaar met de Beethoven-aanpak, vanuit de overheid integraal oplossingen bieden voor de geïdentificeerde knelpunten indien de markt dat niet zelf kan, staat in de begroting van het ministerie van Economische Zaken en Klimaat (EZK). Denk hierbij aan regelgeving en marktcreatie. Voor digitale diensten en AI wordt in 2027 publiek privaat uitvoering gegeven aan het later dit jaar vast te stellen industrieprogramma.
Digitale infrastructuur en digitale innovaties
Nederland heeft een hoogwaardige en weerbare digitale infrastructuur, maar de positie als digitaal knooppunt staat onder druk door technologische vernieuwing en de opkomst van AI, (hybride) dreigingen en achterblijvende investeringen. In 2027 wordt verder ingezet op een meer geïntegreerde aanpak en een sterkere regierol voor de Rijksoverheid. Dit betreft het ontwikkelen van datacentercapaciteit, onderzoek naar de randvoorwaarden voor aanlanding van nieuwe strategische zeekabelroutes en de uitvoering van de gigabite-infrastructuurverordening. Daarnaast vinden er Europese onderhandelingen plaats over de Digital Networks Act en de Cloud & AI development Act.
Het Ministerie van EZK continueert in 2027, in lijn met de Strategie Digitale Economie, de stimulatie van kennisontwikkeling op dit gebied zodat Nederland alle kansen die digitale innovatie biedt ook benut. Die kansen zitten op terreinen als AI, data, cloud, 6G en cybersecurity. Met steun van onder meer het kabinet wordt momenteel een AI-fabriek in Groningen gerealiseerd, bestaande uit een AI-supercomputer en een expertisecentrum. Dit centrum richt zich op het ontwikkelen en testen van geavanceerde AI-modellen, waaronder op het gebied van veiligheid/defensie, zorg, landbouw, technische industrie, onderzoek/onderwijs en de (maak)industrie. Daarbij is speciale aandacht voor het mkb, de doorgroei van start-ups naar scale-ups, evenals het versterken van het AI-ecosysteem en de AI-infrastructuur.
Opvolging Actieagenda's
Met de Nationale Technologiestrategie (NTS) kiest het kabinet voor tien prioritaire sleuteltechnologieën waar Nederland goed op gepositioneerd is om bij te dragen aan het toekomstig verdienvermogen, maatschappelijke uitdagingen en strategische autonomie. Met NTS wordt focus aangebracht in waar Nederland een technologische positie wil verkrijgen of versterken. Dit doet het kabinet door instrumenten goed aan te laten sluiten op de NTS en het veld te activeren met de gepubliceerde actieagenda's per technologie. De betrokken partijen gaan nu door als innovatiecoalities om opvolging te geven aan de actie agenda's. De sleuteltechnologieën moeten toegepast worden in de strategische markten van het industriebeleid.
Investeren in innovatiefondsen en infrastructuur
In de Prinsjesdagstukken wordt gesproken over een totale investering van bijna 4 miljard euro in innovatiefondsen en infrastructuur om de economische groei aan te jagen. Zo krijgen bedrijven die investeren in vernieuwing meer financiële ademruimte, omdat het bestaande belastingvoordeel – de zogeheten innovatiebox – voor innovatieve bedrijven wordt verruimd.
Bedrijven die zelf nieuwe producten of technieken ontwikkelen, kunnen via deze regeling minder belasting betalen over de winst die ze daarmee maken. Voor de eenvoudigere variant van de regeling geldt nu een maximum van 25.000 euro. Dat wordt 100.000 euro. De maatregel kost de schatkist ongeveer 20 miljoen euro per jaar. Volgens het kabinet komt ongeveer 60 procent van dat extra voordeel terecht bij het midden- en kleinbedrijf. De rest gaat naar grotere bedrijven.
Voor innovaties op het gebied van duurzaamheid en energiezuinige apparatuur gaat de aftrek – de zogeheten Energie-investeringsaftrek (EIA) - omhoog van 40 naar 45,5 procent.
Onderzoek en innovatie
Verder worden de eerdere bezuinigingen op onderzoek deels teruggedraaid, valt te lezen in de begroting van het Ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap. Het kabinet trekt hier structureel 428 miljoen euro voor uit. Een deel van dit budget is extra geld voor al bestaande succesvolle maatregelen. Zo komt er 80 miljoen euro per jaar extra om wetenschappers beter te helpen bij het binnenhalen van Europese onderzoekssubsidies. Ook investeert het kabinet in praktijkgericht onderzoek, oplopend tot structureel 68 miljoen euro voor het hbo en 17 miljoen euro voor het mbo. Universiteiten zijn bij het toekennen van het extra budget van 132 miljoen euro per jaar voor de sectorplannen, gevraagd zich te focussen op de cruciale domeinen. Ook komt er extra geld voor wetenschappelijke topinstrumenten. Zo komt er 185 miljoen voor de opvolger van de nationale supercomputer Snellius en 25 miljoen extra voor de voorbereiding op de komst van de Einstein Telescope.
AI en onderwijs
Om de mogelijkheden van AI aan goed onderwijs optimaal te benutten, moeten scholen erop kunnen vertrouwen dat zij AI veilig en verantwoord kunnen gebruiken. Daarom maakt het kabinet in 2027 10,7 miljoen euro vrij voor een publieke AI-voorziening voor het funderend onderwijs. Hiermee ondersteunt het kabinet scholen in het gebruik van verschillende AI-modellen, met duidelijke afspraken over privacy, veiligheid en gegevens. Zo houden scholen grip op AI en zijn zij minder afhankelijk van één aanbieder.
Innovatiebudget Digitale Overheid
Hoewel de grote Miljoenennota-miljarden naar het bedrijfsleven en innovatiehubs gaan, blijft de overheid ook inzetten op de eigen digitale transformatie. Voor de overheid zelf opent in maart 2027 een nieuwe aanvraagronde van het Innovatiebudget Digitale Overheid om de publieke dienstverlening met slimme technologie te moderniseren. Het innovatiebudget is aan te vragen door provincies, gemeenten, waterschappen, ministeries en uitvoeringsorganisaties. Het budget ondersteunt projecten in de opstart-, of opschalingsfase.
Het initiatief moet een positief effect hebben op hoe burgers en ondernemers de digitale overheidsdienstverlening ervaren. Indien het project succesvol is moet het breed inzetbaar zijn. Op die manier draagt het bij aan de ontwikkeling van de digitale overheid en de Generieke Digitale Infrastructuur.
Reactie Digital Holland
Frits Grotenhuis, directeur van Digital Holland, noemt het positief dat het kabinet innovatie weer nadrukkelijk als voorwaarde voor ons toekomstige verdienvermogen ziet. “Maar de ambities en de beschikbare middelen moeten wel met elkaar in balans zijn. Andere landen investeren op grote schaal in AI, halfgeleiders, quantum en andere strategische technologieën. Nederland kan het zich niet veroorloven om achter te blijven”, aldus Grotenhuis.
De Digital Holland-directeur stelt dat Nederland daarom niet alleen moet investeren in disruptieve innovaties, maar ook consequent moet blijven investeren in de sleuteltechnologieën waarin Nederland internationaal het verschil kan maken. “De Nationale Technologiestrategie en de daaruit voortgevloeide Actieagenda’s bieden daarvoor de richting; nu is het zaak daar ook voor langere tijd voldoende middelen aan te verbinden.”
Onder regie van Digital Holland zijn, in nauwe samenspraak met het veld, twee Actieagenda’s opgesteld.