Hoe zorgen we dat innovaties op het gebied van data, AI en cybersecurity niet blijven steken in mooie plannen en pilots, maar daadwerkelijk impact maken? Die vraag stond centraal tijdens de tweede Dag vd Digitalisering op 18 september in het Louwman Museum in Den Haag, een initiatief van Digital Holland en NLdigital.
Ruim 350 bezoekers, werkzaam in het bedrijfsleven, de wetenschap en bij de overheid kwamen die dag samen om de laatste stand van zaken te horen op het gebied van digitale innovatie in Nederland. Onder het thema ‘Impact door innovatie: knelpunten en kansen van data, AI en cybersecurity’ ging het die middag over digitale veiligheid en autonomie, innovatie in zorg, energie en defensie, de rol van bestuurders en politiek én de vraag wat nodig is om innovaties daadwerkelijk op te schalen.

Lees ook:
Voorprogramma met hackaton en podcastopnamen
Dit jaar was er in de ochtend een uitgebreid voorprogramma met onder meer een hackaton, portfoliomanagement-bijeenkomsten voor de Actieagenda AI/Data en de Actieagenda Cybersecurity Technologies en opnamen van De Grote Tech Show-podcast van BNR.
NextGen, het jongerennetwerk van NLdigital, organiseerde vanaf negen uur s’ ochtends een interactieve hackathon waarin zo’n 20 jonge onderzoekers en professionals samen werken aan een actueel vraagstuk uit de praktijk. Zij werkten verdeeld over drie groepen aan een vraagstuk op het gebied van schaduw-IT, getiteld: ‘Shadow IT – Dealing with unauthorized IT use’. Het gaat om de werkpakketten People, Process en Technology, waarbij voor elk één of meerdere interventies moesten worden bedacht.
Remco van der Schoot, docent/onderzoeker bij de Hogeschool Utrecht en promovendus aan de Radboud Universiteit op het gebied van schaduw-IT, diende het vraagstuk in. “Uit onderzoek blijkt dat het blokkeren en verbieden van shadow IT niet werkt. Er ontstaan namelijk altijd geitenpaadjes. Het wordt er alleen maar minder zichtbaar van. Daarom zoeken we vanochtend in multidisciplinaire teams naar effectieve aanpakken.” Aan het eind van de hackaton moest iedere groep een presentatie maken in pdf-formaat en een pitch of demo geven van maximaal 5 minuten. Aansluitend vond de Award Ceremony plaats, waarna de jury onder leiding van Dagmar Lens (NLdigital) de groep Technologie tot winnaar uitriep. De jury heeft vooral gelet op de impact van de interventies, maar ook op hoe realistisch de (niet)-financiële kosten en hoe breed toepasbaar de interventies zijn.

De Grote Tech Show
Kort voordat de Dag vd Digitalisering officieel werd geopend, namen Joe van Burik en Ben van der Burg het podium over. Tussen 12.00 en 13.15 uur werd De Grote Tech Show van BNR vanaf het podium in de grote zaal van het Louwman Museum opgenomen. In de show stonden actuele technologische ontwikkelingen en innovatie centraal, waaronder de existentiële risico’s van AI. Van der Burg wil dat er vooral veel focus komt op het cybersecurity-aspect van de snelle opmars van AI. Hij pleit voor onafhankelijk toezicht door onderzoekers bij de ontwikkeling van Large Language Models (LLM’s) en de noodzaak voor internationaal AI-beleid. Hij verwacht dat dit nog wel even op zich laat wachten: “Dit is allemaal voorspel. Mensen reageren doorgaans pas als er een ramp gebeurt.”
Podcast-gast Yuri Steinbuch van Avular kwam daarna vertellen over de green-car voor de golfbaan die zijn bedrijf heeft ontwikkeld met behulp van robotica en sensoren. Met behulp van dit apparaat kan de groei van schimmels tegen worden gegaan en is het gebruik van pesticiden niet langer nodig. Robotica is volgens Steinbuch de volgende industriële revolutie. Wat hem betreft is het tijd voor actie: “We moeten nu handelen om onze weerbaarheid en soevereiniteit te vergroten, anders hebben we straks weer het nakijken.”
De tweede podcast-gast was Jeroen Lappenschaar, CTO en medeoprichter van Intelic, dat software voor drones maakt, onder meer voor Defensie. Hij sprak onder meer over de beveiliging van drones, de beveiliging van fysieke gebouwen van Intelic en partners uit de keten, de ontwikkeling van autonome voertuigen en de belangrijkste technologische en randvoorwaardelijke uitdagingen in de komende jaren. Hij sloot af met zijn persoonlijke motivatie om software te ontwikkelen voor Defensie: “Ik sta iedere dag weer op met de vraag: hoe kunnen wij het werk van de militair veiliger en effectiever maken met behulp van onze software? Daar wil ik mij hard voor blijven maken.”

‘Samenwerking is juist nu essentieel’
De uitzending vormde een passende opmaat naar de centrale vraag van de middag: Nederland beschikt over veel kennis en technologische innovatie, maar hoe zorgen we ervoor dat die kennis ook daadwerkelijk leidt tot economische en maatschappelijke impact?
Om 13.30 uur openden Dagmar Lens, directeur van NLdigital, en Frits Grotenhuis, directeur van Digital Holland, officieel de tweede Dag vd Digitalisering, nadat zij door dagvoorzitter Tom Jessen op het podium waren gevraagd. Lens: “Digitalisering is voor iedereen elke dag relevanter aan het worden. Zeker in combinatie met cybersecurity en weerbaarheid.” Grotenhuis ging in op het belang van samenwerking tussen bedrijven, kennisinstellingen en overheid voor de digitale toekomst van Nederland. “Dit wordt nog eens extra aangewakkerd door de geopolitieke veranderingen en de snelle technologische ontwikkelingen. We moeten vaker gezamenlijk op gaan treden, zowel nationaal als internationaal. Dat betekent ook dat we keuzes moeten maken waar we gezamenlijk impact gaan maken, want er zitten limieten aan het budget. Die samenwerking loopt als een rode draad door de Dag én de Week vd Digitalisering. Digitalisering is allang geen afzonderlijk technologisch vraagstuk meer. AI, data en cybersecurity raken onze economie, veiligheid en concurrentiekracht, maar ook sectoren als energie, zorg en defensie.”

Inspirerende keynote Bibi van den Berg
Het spanningsveld tussen technologische vooruitgang en veiligheid stond centraal in de keynote van prof. dr. Bibi van den Berg, hoogleraar Cybersecurity Governance aan de Universiteit Leiden. Zij probeerde antwoord te geven op de vraag hoe we nieuwe technologie kunnen omarmen zonder de grip te verliezen op veiligheid, privacy en publieke waarden.
De centrale boodschap van Van den Berg is dat maximale digitalisering en onderlinge verbondenheid niet langer vanzelfsprekend de beste keuze zijn. Decennialang stond efficiëntie centraal: steeds meer systemen, machines en data werden met elkaar en met het internet verbonden. Maar daar staat inmiddels een groeiende prijs tegenover, in de vorm van cybersecuritykosten, privacyrisico’s, afhankelijkheid van grote technologieplatforms en geopolitieke kwetsbaarheid. Daardoor ontstaat volgens Van den Berg bij bedrijven en overheden een nieuwe afweging: wegen de efficiëntievoordelen van digitalisering nog wel op tegen de kosten en risico’s van het beveiligen ervan?
Zij pleit daarom voor security by design, waarbij organisaties al aan de voorkant kritisch bepalen wat werkelijk verbonden moet zijn. “De nieuwe realiteit is glocal als strategie (een combinatie van de woorden global en local, red.). Dit komt neer op: verbonden waar het kan, ontkoppeld waar het moet.” Zij vergeleek dit met een eilandenstructuur. Fragmentatie, lokale systemen en stand-alone toepassingen kunnen juist bijdragen aan digitale weerbaarheid, omdat een incident dan niet meteen een hele organisatie raakt. Daarmee verschuift het denken van maximale efficiëntie en centralisatie naar robuustheid, autonomie en digitale soevereiniteit. Ontkoppeling is in die visie geen stap terug in digitalisering, maar kan juist een bewuste manier zijn om digitale systemen veiliger en weerbaarder te maken. Zij sloot af met de hoop dat als organisaties op deze manier gaan kijken naar architectuur, de wereld weer een beetje soevereiner wordt.

Aerdts: digitalisering geen doel op zich
Aansluitend gaf Willemijn Aerdts, staatssecretaris van Digitale Economie en Soevereiniteit op het Ministerie van Economische Zaken en Klimaat (EZK), haar visie op de digitale positie van Nederland. Daarbij stonden onder meer AI, digitale weerbaarheid en strategische autonomie centraal. De staatssecretaris benadrukte in haar speech dat digitalisering en AI geen doel op zich zijn, maar aantoonbaar waarde moeten toevoegen aan de samenleving. Als voorbeeld noemde ze onderzoek van Amsterdam UMC, waarbij AI in huisartsnotities signalen kon herkennen die mogelijk maanden eerder op longkanker wijzen.
Het kabinet maakt daarbij volgens haar drie belangrijke keuzes: investeren in digitale infrastructuur en rekenkracht, onder meer via de AI-fabriek in Groningen; de overheid inzetten als aanjager van Nederlandse en Europese digitale alternatieven en digitale soevereiniteit; en innovatieve ondernemers en mkb-projecten ondersteunen zodat Nederlands talent hier kan groeien. Tegelijk moeten de risico’s en randvoorwaarden nadrukkelijk worden meegenomen, benadrukte zij. Ook Aerdts wees op het belang van security by design en op de noodzaak steeds af te wegen waar technologie werkelijk iets toevoegt en waar een andere aanpak beter is. “Nederland digitaliseert niet alleen om hoog op internationale ranglijstjes te staan, maar vooral ook om een betere digitale samenleving voor iedereen te bouwen.”
Aerdts pleitte verder voor gerichte keuzes in digitalisering: Nederland kan niet alles tegelijk doen en moet daarom samen met bedrijven, kennisinstellingen en andere partners bepalen waar investeringen het meeste effect hebben. Haar belangrijkste prioriteiten zijn digitale infrastructuur en talent: van zeekabels en voldoende rekenkracht tot meer wetenschappers en technisch talent. Daarnaast benadrukt ze het belang van internationale samenwerking op het gebied van AI en sprak zij kort over Europese maatregelen om jongeren beter online te beschermen.
Ze sloot af met de oproep aan de mensen in de zaal om zich aan te sluiten bij initiatieven om met inzet van technologie een betere samenleving voor iedereen te maken. “Daar heb ik jullie expertise en perspectief op wat nodig is om samen verder te komen bij nodig. Welke randvoorwaarden zijn er nodig? Wat moeten we doen als er iets misgaat? Samen maken we die keuzes.”

Politiek debat: van ambitie naar actie
Dat Nederland sneller moet innoveren om economisch sterk en minder afhankelijk te worden, zal door weinigen worden bestreden. Maar hoe doe je dat? Die vraag stond centraal tijdens de paneldiscussie ‘Van visie naar actie’ met Tweede Kamerleden Jantine Zwinkels (CDA), Daniël van den Berg (JA21), Queeny-Aimée Rajkowski (VVD) en Sarah el Boujdaini (D66).

Tijdens het debat lag de nadruk sterk op het investerings- en ondernemingsklimaat, voldoende digitale kennis én het maken van strategische keuzes. Queeny Rajkowski (VVD) zette daarbij talent bovenaan: Nederland hoeft volgens haar niet de illusie te hebben dat het op eigen kracht de mondiale AI-race wint, maar kan wel voortbouwen op zijn digitaal vaardige beroepsbevolking. “Het belangrijkste is dat we regelen dat talent naar Nederland komt en hier blijft.” Daniël van den Berg (JA21) legde het accent juist op een stabiel ondernemingsklimaat en minder regeldruk. Nieuwe regels voor bijvoorbeeld cybersecurity zijn soms nodig, maar moeten wel uitvoerbaar zijn voor bedrijven. “Wij moeten vooral ondernemers in hun kracht gaan zetten.”
Jantine Zwinkels (CDA) wees vooral op het belang van Europese samenwerking en het wegnemen van praktische belemmeringen. Zo zouden de vergunningsprocedures voor de aanlanding van zeekabels volgens haar veel eenvoudiger kunnen. Tegelijkertijd wil zij dat Nederland en Europa hun eigen digitale infrastructuur versterken, bijvoorbeeld door Europese datacenters meer ruimte te geven. “We hebben heel veel kennis in huis. Maar we moeten dat wel op peil zien te houden.” Sarah El Boujdaini (D66) benadrukte daarnaast dat digitalisering veel nadrukkelijker aan de bestuurstafel thuishoort. CIO’s en andere digitaal deskundigen moeten volgens haar betrokken zijn bij de strategische beslissingen van organisaties en overheid: “Als je aan dat soort tafels niet zulke mensen hebt zitten, mis je die kennis.” Digitale kennis aan de top is volgens haar geen luxe, omdat juist daar investeringen en langetermijnstrategieën worden bepaald.

Daniël van den Berg (JA21) en Queeny Rajkowski (VVD).
Ook over digitale autonomie tekende zich een duidelijke gemene deler af. De Kamerleden verschilden in de mate waarin Nederland zelf technologie moet ontwikkelen of Europese alternatieven moet bevoordelen, maar waren het erover eens dat afhankelijkheid van een beperkt aantal buitenlandse aanbieders risico’s oplevert. Rajkowski vatte het dilemma kernachtig samen: “Als technologie goedkoper is, betaal je doorgaans met iets anders.” Bijvoorbeeld met minder vrijheid of veiligheid. Volledige digitale autonomie is volgens de Kamerleden niet realistisch; veel belangrijker is om bewust te bepalen welke data, infrastructuur en toepassingen zo kritisch zijn dat Nederland of Europa daar zelf controle over moet houden.

Sarah el Boujdaini (D66) en Jantine Zwinkels (CDA).
Drie break-out-sessies
Na het plenaire programma splitsten de deelnemers zich op voor drie breakout-sessies: defensie, energie en gezondheid & zorg. De onderliggende uitdaging voor deze sectoren was vergelijkbaar: hoe krijgen veelbelovende digitale innovaties sneller hun weg naar de praktijk?
Defensie: van innovatie naar impact
Bij Defensie stond de stap van innovatie naar operationele toepassing centraal. Onderzoekers, defensie-experts en ondernemers gingen aan de hand van concrete voorbeelden in gesprek over de samenwerking die nodig is om digitale en cybersecurity-innovaties sneller toe te passen. Jeroen Lappenschaar, CTO en medeoprichter van Intelic, dat software voor drones maakt, en Yori Kamphuis, Lead Counter AI bij TNO, gingen in gesprek over de ontwikkeling en toepassing van AI en defensietechnologie. AI biedt grote mogelijkheden voor onder meer objectherkenning, drones, informatieverwerking en besluitvorming, maar de stap van experiment naar daadwerkelijke toepassing is complex. Nieuwe technologie moet sneller ontwikkeld, getest en ingezet kunnen worden. Lappenschaar: "Je wilt de hartslag van je iteratie omhoog krijgen. Innovatie moet gewoon versnellen."
De snelle innovatiecycli in Oekraïne laten zien wat mogelijk is wanneer technologie voortdurend in de praktijk wordt beproefd en aangepast. Tegelijkertijd roept verdere autonomie belangrijke vragen op: welke beslissingen kunnen we automatiseren en waar moet menselijke controle noodzakelijk blijven? Sneller innoveren mag bovendien niet betekenen dat veiligheid en zorgvuldigheid naar de achtergrond verdwijnen. Kamphuis: "De snelheid moet omhoog, tegelijkertijd mogen kwaliteit en zorgvuldigheid niet omlaag. Daar ligt de echte uitdaging."
AI-systemen kunnen worden misleid of aangevallen en juist wanneer ze een grotere rol krijgen in operationele besluitvorming wordt cybersecurity essentieel. Ook strategische autonomie vraagt om keuzes: Nederland en Europa kunnen niet alles zelf ontwikkelen, maar moeten bepalen voor welke cruciale technologie eigen kennis, capaciteit en controle noodzakelijk zijn. De gezamenlijke uitdaging is daarmee helder: kortere ontwikkelcycli en meer ruimte om te experimenteren, terwijl cybersecurity, kwaliteit en menselijke controle vanaf het begin onderdeel zijn van de ontwikkeling.

Energie: Hoe blijft het licht aan?
In de sessie over Energie ‘Hoe blijft het licht aan?’ ging het ook weer over het belang van secure by design. Nu AI cyberaanvallen sneller en geavanceerder maakt, neemt ook de kwetsbaarheid van energie- en dataketens toe. Veiligheid moet daarom niet achteraf worden toegevoegd, maar vanaf het ontwerp onderdeel zijn van nieuwe energie-, data- en AI-infrastructuren. Moderator Anne Visser, programmamanager Cybersecurity en Weerbaarheid bij Security Delta (HSD), leidde de sessie strak, met panelleden Gerwin Hoogsteen (universitair docent Universiteit Twente), Luisella ten Pierik (CISO van Stedin) en Gerben Broenink (Cybersecurity Specialist bij TNO).
In het begin van de sessie stonden de sprekers stil bij een recente cyberaanval op tientallen wind- en zonneparken in Polen. De aanval leidde uiteindelijk niet tot uitval, maar maakte volgens Broenink duidelijk hoe kwetsbaar de keten kan zijn: via onder meer slecht beveiligde apparatuur wisten aanvallers diep in systemen door te dringen. “Juist doordat energieopwekking steeds decentraler wordt en zonnepanelen, batterijen, laadpalen en andere apparaten via internet en cloudplatforms met elkaar verbonden zijn, ontstaan nieuwe risico's. Eén kwetsbaarheid kan daardoor op grote schaal gevolgen hebben.”
Daar komt bij dat de dreiging verandert. Naast cybercriminelen die vooral uit zijn op financieel gewin, hebben vitale sectoren steeds nadrukkelijker te maken met statelijke actoren die over veel tijd, kennis en middelen beschikken en uit kunnen zijn op sabotage. Ook AI kan de dreiging vergroten doordat aanvallen sneller en eenvoudiger uitvoerbaar worden. Tegelijkertijd biedt AI kansen om bijvoorbeeld afwijkingen sneller te signaleren en netcongestie beter te voorspellen. De panelleden wezen daarnaast op de risico's van digitale afhankelijkheden. Volledige digitale soevereiniteit is volgens Ten Pierik niet realistisch en ook niet noodzakelijk: “Het gaat er vooral om dat organisaties weten waarvan ze afhankelijk zijn en bepalen welke afhankelijkheden ongewenst zijn.” Als voorbeeld kwamen omvormers van zonnepanelen aan bod die op grote schaal via Chinese cloudplatforms kunnen worden aangestuurd. Ook leveranciers die hun software uitsluitend nog via de cloud aanbieden, stellen netbeheerders voor lastige keuzes.
De rode draad door de sessie was daarom samenwerking én weerbaarheid vanaf het ontwerp. Netbeheerders, technologiebedrijven, kennisinstellingen en overheid moeten niet pas ingrijpen wanneer kwetsbaarheden zich manifesteren, maar cybersecurity al meenemen bij de ontwikkeling van nieuwe energie-infrastructuur. Dat vraagt ook om het overbruggen van de kloof tussen de digitale en fysieke wereld: waar ICT'ers spreken over verouderde 'legacy', spreken energiebedrijven over 'long life systems' die tientallen jaren mee moeten gaan. De energietransitie biedt volgens het panel juist een kans om het systeem vanaf het begin weerbaarder in te richten. Daarbij is diversiteit belangrijk: niet alles centraal organiseren en afhankelijk maken van dezelfde technologie of leverancier, maar systemen zo ontwerpen dat onderdelen zo nodig zelfstandig kunnen blijven functioneren. Of zoals Hoogsteen het samenvatte: verschillende oplossingen kunnen elkaar aanvullen en voorkomen dat “één kwetsbaarheid overal uitgerold kan worden” en een domino-effect veroorzaakt.

Gezondheid & Zorg: Niche wordt norm
De breakout-sessie Gezondheid & Zorg – ‘Niche wordt norm’ keek juist naar digitale zorginnovaties die zich in de praktijk al hebben bewezen. Welke innovaties die nu nog in niches worden toegepast, kunnen uitgroeien tot de norm? En wat kunnen we leren van hun weg van onderzoek naar grootschalige toepassing?
Deze sessie werd gemodereerd door Nico van Meeteren, algemeen directeur van Health~Holland en hoogleraar perioperatieve gezondheid bij de afdeling Cardiothoracale Chirurgie van het Erasmus MC en Stephanie Ottenheijm, Lead AI/Data bij Digital Holland. In het panel zaten Marieke van Buchem (Kaiko), Bart Voorn (Ditto Care), Kristy Capel-Opbroek (Zuyderland) en Bart Scheerder (UMCG).
Ottenheijm blikt na afloop terug op een ‘goede, levendige discussie’. “We hebben heel erg gekeken over wat de sneeuwklokjes zijn die zijn ontstaan. Die een prelude zijn voor wat er gaat werken in de zorg, en welke kant het op moet gaan richting de zorg. En de kern van het verhaal is dat op het moment dat het werkt AI veel kan betekenen voor de zorg.”
Zij benadrukt wel dat het aan moet sluiten bij de wensen en behoeften van de patiënt. “Werk niet vanuit het systeem of vanuit de toepassing, maar zet de patiënt of cliënt centraal: hoe gaat het hem of haar helpen? En zorg dat burgers eigenaar worden van hun eigen data.”

De input uit de breakout-sessies sluit goed aan bij wat er in de Actieagenda AI/Data en de Actieagenda Cybersecurity Technologies wordt staat. Benieuwd?
Lees wat er in de Actieagenda AI/Data staat
Lees wat er in de Actieagenda Cybersecurity Technologies staat
Digitalisering hoort ook in de boardroom
Na de breakout-sessies spoedde iedereen zich weer naar de plenaire zaal. Daar kwam als eerste de bestuurlijke kant van digitalisering aan bod. Jeannine Peek en Valerie Frissen presenteerden uitkomsten van nog niet gepubliceerd onderzoek van NR Governance naar digitale transformaties in de boardroom. De vraag wie verantwoordelijkheid draagt voor digitalisering wordt steeds urgenter nu technologische keuzes direct raken aan strategie, concurrentiekracht, veiligheid en autonomie.
Uit het onderzoek blijkt dat er voor het eerst duidelijk beweging zichtbaar is. Waar eerdere metingen een somber beeld lieten zien van beperkte kennis, zelfoverschatting en een vooral operationele benadering van digitalisering, beginnen bewustzijn en urgentie nu door te dringen tot raden van bestuur. Tegelijkertijd blijft de strategische blik op digitalisering nog sterk achter: zo geeft slechts 4 procent aan AI daadwerkelijk strategisch in te zetten. Vooral bij raden van toezicht en commissarissen lijkt de kennis nog beperkter. Organisaties kunnen zich het niet langer permitteren digitalisering en AI als een technisch of operationeel vraagstuk buiten de boardroom te houden. Bestuurders en toezichthouders hoeven geen technologiespecialisten te zijn, maar moeten wel voldoende kennis hebben om de juiste strategische vragen te stellen en richting te geven aan digitale transformatie.

Boswijk: AI onvermijdelijk, maar mens aan het roer
Ook staatssecretaris van Defensie Derk Boswijk legde de verbinding tussen technologische ontwikkeling en weerbaarheid. Hij ging in op de kansen én risico's die nieuwe technologie met zich meebrengt voor Defensie en de nationale veiligheid. Dat deed hij zittend op een barkruk, volledig uit de hoofd, nadat onlangs een artikel was verschenen waarin hij en een aantal andere bewindspersonen werden beschuldigd van het schrijven van speeches met behulp van AI. “De speech die al geschreven was, kon ik daarom niet meer geloofwaardig geven. Ik geef soms drie, vier speeches op een dag. Die speeches worden door vakkundige speechschrijvers geschreven, die zich verdiepen in de materie. Ik geef daar feedback op en uiteindelijk, om een speech strak te trekken, wordt AI gebruikt. E ik denk dat dat heel verstandig is. Zeker in een wereld waar we allemaal willen dat de overheid efficiënter werkt.”
Zijn centrale boodschap luidde dan ook: AI is onvermijdelijk, maar moet een hulpmiddel blijven waarbij de mens de regie houdt. Dat geldt voor politici die AI gebruiken bij bijvoorbeeld speeches, maar des te meer voor Defensie, waar AI in Oekraïne al wordt ingezet om onder meer doelen te identificeren en schaarse middelen zo effectief mogelijk te gebruiken. Juist vanwege de grote impact pleitte Boswijk voor duidelijke internationale afspraken over verantwoord AI-gebruik en voor investeringen in eigen Europese rekenkracht en clouddiensten. Hij vergeleek AI met een spijkerpistool: een vakman kan er veel sneller mee werken, maar moet nog steeds zijn vak verstaan. Wie AI volledig links laat liggen, dreigt volgens hem echter onvermijdelijk achterop te raken.

Afsluiting
Na de samenvatting door dagvoorzitter Tom Jessen, sloten Frits Grotenhuis en Dagmar Lens de Dag vd Digitalisering af. Deze dag liet volgens de twee vooral zien dat digitalisering steeds hoger op de agenda staat. Maar bewustzijn alleen is niet genoeg. “De volgende stap is doen”, benadrukte Lens: Nederland moet nu keuzes maken en aan de slag om zijn digitale ambities waar te maken.
Grotenhuis wees daarbij op de noodzaak om ook het bewustzijn in de boardroom verder te vergroten. Tegelijkertijd vormde de Dag vd Digitalisering geen eindpunt, maar juist het startschot voor de Week vd Digitalisering, met door het hele land tientallen bijeenkomsten over onder meer AI, cybersecurity, digitaal talent en toekomstige computertechnologieën. Grotenhuis: “En de blik gaat alweer vooruit: Volgend jaar staat de volgende Week vd Digitalisering gepland van 24 september tot en met 1 oktober 2027, met de aftrap op vrijdag 24 september 2027 tijdens de derde editie van de Dag vd Digitalisering. Dus zet dat vast in je agenda. Én denk vast na wat en hoe je eigen organisatie hieraan kan bijdragen.”

Daarna was het tijd om te borrelen en netwerken. Zo eindigde de Dag vd Digitalisering zoals digitalisering vaak begint: met ontmoetingen, nieuwe verbindingen en gesprekken die nog lang doorgingen.

Tekst: Ester Schop Beeld: Holland Park Media / Digital Holland / NLdigital
Lees ook:
Week vd Digitalisering
Kijk welke evenementen en activiteiten er zoal georganiseerd worden in de Week vd Digitalisering van 18 t/m 25 september 2026 op de website van de Week vd Digitalisering.