De plannen die gisteren werden aangekondigd in de troonrede, de Miljoenennota en de Rijksbegroting op het gebied van digitalisering, technologie en innovatie worden door belanghebbende organisaties over het algemeen positief ontvangen, maar er is ook kritiek. In dit artikel zetten we de belangrijkste reacties voor je op een rij.
Gisteren werd na het doorspitten van alle Prinsjesdagstukken één ding duidelijk: technologie, digitalisering en innovatie worden niet langer als losse beleidsonderwerpen behandeld, maar nadrukkelijk gekoppeld aan verdienvermogen, productiviteit, economische weerbaarheid en strategische autonomie. De aangekondigde investeringen worden daarom overwegend als stappen in de goede richting gezien.
Aangekondigde plannen
Zo wordt 3,3 miljard euro vrijgemaakt voor een Nationale Investeringsinstelling (NII), 500 miljoen euro voor het Nationaal Agentschap voor Disruptieve Innovatie (NADI), 375 miljoen euro voor een nieuwe ronde van het Nationaal Groeifonds, 120 miljoen euro voor Nederlandse deelname aan een Important Project of Common European Interest (IPCEI) op het gebied van AI en 428 miljoen euro structureel extra voor onderzoek en kennis.
Stakeholders waarderen de aangekondigde stappen, al vinden de meeste organisaties dat er te weinig middelen beschikbaar worden gesteld voor de ambities op het gebied van digitale innovatie. Zo heeft oud-ASML-topman Peter Wennink becijferd dat er voor een Nationaal Agentschap voor Disruptieve Innovatie een investering van 1,5 tot 2 miljard euro nodig is, in plaats van de nu vrijgemaakte 500 miljoen euro.
Uit de begroting blijkt bovendien dat het geld maar langzaam beschikbaar komt: 10 miljoen euro in 2027, 25 miljoen euro in 2028 en vanaf 2029 75 miljoen euro structureel per jaar. De initiatiefnemers van NADI gingen eerder uit van een aanzienlijk hoger startkapitaal en voldoende middelen om meerdere grote programma's tegelijk te laten draaien.
Lees ook:
Reactie FME
De ondernemersorganisatie voor de technologische industrie FME noemt de investeringen in innovatie noodzakelijk en welkom, maar stelt als voorwaarde dat NADI en de Nationale Investeringsinstelling aanvullend geld opleveren en ruimte krijgen om risico's te nemen. Het verschuiven van bestaand geld levert volgens FME geen extra investeringskracht op. FME koppelt dit nadrukkelijk aan de urgentie van het rapport-Wennink.
“Nieuwe investeringen in innovatie zijn hard nodig en daarom welkom”, aldus Theo Henrar, voorzitter van FME. “Maar veel bedrijven zitten ondertussen klem door hoge kosten, oplopende lasten en regeldruk. Tegelijk maakt het kabinet onvoldoende werk van technisch onderwijs. Dat wringt. Het kabinet moet niet alleen investeren in de economie van morgen, maar ook zorgen dat bedrijven vandaag concurrerend kunnen ondernemen.”
Reacties Nationaal Groeifonds
Ook de terugkeer van het Nationaal Groeifonds (NGF) krijgt waardering. De nieuwe ronde wordt gericht op strategische industrie, waaronder machinebouw, halfgeleiders en digitale diensten. Voorzitter van de adviescommissie van het NGF Ingrid Thijssen noemt het ‘geweldig’dat er weer een nieuwe ronde wordt geopend. “Het NGF is een uniek instrument waar al ontzettend veel waardevolle ervaring is opgedaan in de uitvoering. Het NGF versterkt innovatieve ecosystemen en grootschalige publiek-private samenwerking. Wij kijken als adviescommissie uit naar de voorstellen!”
De nieuwe openstelling wordt nu voorbereid. Vanaf dit najaar kunnen geïnteresseerden hun eerste conceptplannen voorleggen aan RVO voor feedback. Richting de zomer van 2027 werken zij hun definitieve plannen uit voor een subsidieaanvraag. Vanaf het vierde kwartaal van 2027 komen de middelen beschikbaar voor de uitvoering van de projecten.
Lees de reactie van het Nationaal Groeifonds
Reactie NLdigital
Branchevereniging NLdigital is positief dat digitalisering nadrukkelijk in de Prinsjesdagplannen staat, maar vindt dat het nu vooral aankomt op concrete investeringen en uitvoering. NLdigital verwijst daarbij naar de waarschuwing in de Troonrede dat Nederland zonder grote, gerichte investeringen dreigt achter te raken, vooral in de technologiesector.
NLdigital noemt onder meer investeringen in AI en digitale infrastructuur belangrijk voor het toekomstige verdienvermogen. De teneur is daarmee: de erkenning van het belang van digitalisering is er, maar plannen en ambities moeten nu daadwerkelijk worden omgezet in uitvoering. De branchevereniging benadrukt dat het gaat om plannen van een minderheidskabinet. “Het is onzeker of de regering-Jetten voor de aangekondigde maatregelen voldoende steun vindt. Voor NLdigital is het van groot belang dat die steun snel tot stand komt, omdat Nederland gebaat is bij duidelijkheid en stabiliteit.” Vooral voor de Nederlandse Digitaliseringsstrategie (NDS) en het versnellen van de aanpak van netcongestie wordt volgens NLdigital te weinig geld vrijgemaakt.
Lees de volledige reactie van NLdigital
Reactie Metaalunie
Mark Helder, voorzitter van de Koninklijke Metaalunie, noemt de extra aandacht voor innovatie en technologie een stap in de goede richting, maar waarschuwt dat de maatregelen onvoldoende zijn om problemen rond verdienvermogen, arbeidsproductiviteit, digitalisering, energie en concurrentiekracht op te lossen. Vooral de terugval van bedrijfsinvesteringen baart de organisatie zorgen. “Werken en ondernemen worden per saldo duurder, terwijl tekorten aan vakmensen, regeldruk en de druk op onze concurrentiepositie groot blijven.”
Helder noemt de nieuwe ronde van het Nationaal Groeifonds, de 500 miljoen euro voor het Nationaal Agentschap voor Disruptieve Innovatie (NADI) en het aantrekkelijker maken van de innovatiebox voor het mkb ‘stappen in de goede richting’. “Maar de schaal is nog onvoldoende. Het budget voor NADI blijft ver achter bij de 1,5 tot 2 miljard euro die in het rapport-Wennink wordt geadviseerd. Daarnaast is doorslaggevend waar de middelen terechtkomen. Het gaat erom of een mkb-maakbedrijf er in de praktijk mee verder kan met robotisering, AI, automatisering of nieuwe productietechnologie.” Innovatiemiddelen moeten daarom volgens de Metaalunie praktisch toegankelijk zijn voor het brede mkb, met voldoende schaal, stabiele fiscale voorwaarden en ruimte om te ondernemen.
Lees de volledige reactie van Koninklijke Metaalunie
Reactie van diverse cloudpartijen
René Corbijn, directeur van de Nederlandse Soevereine Datacenter Coöperatie (NSDC) mist concrete maatregelen voor strategische autonomie en digitale weerbaarheid. Volgens hem erkent het kabinet wel het belang van een eigen soevereine digitale infrastructuur, maar stelt het daar onvoldoende middelen tegenover. Hij wijst erop dat voor bijvoorbeeld de aangekondigde soevereine Rijkscloud geen budget wordt vrijgemaakt. Volgens hem kan digitale autonomie zonder fysieke infrastructuur – van zeekabels tot datacenters – niet worden gerealiseerd.
Ook de Dutch Cloud Community (DCC) mist geld voor een nationale cloud. Public-affairsmanager Jelmer Schreuder waarschuwt dat er de afgelopen maanden veel ambities rond digitale soevereiniteit zijn geformuleerd, maar dat zonder investeringen weinig kan worden gerealiseerd. Hij vreest dat 2027 voor de nationale cloud anders een verloren jaar dreigt te worden.
De Dutch Datacenter Association (DDA) legt een vergelijkbaar accent. Managing director Stijn Grove stelt dat Nederland data en AI-toepassingen lokaal moet kunnen faciliteren als het minder afhankelijk wil zijn van buitenlandse grootmachten. Datacenters vormen volgens hem daarvoor een noodzakelijke basisinfrastructuur.
Reactie Digital Holland
Frits Grotenhuis, directeur van Digital Holland noemde het gisteren al positief dat het kabinet innovatie weer nadrukkelijk als voorwaarde voor ons toekomstige verdienvermogen ziet. “Maar de ambities en de beschikbare middelen moeten wel met elkaar in balans zijn. Andere landen investeren op grote schaal in AI, halfgeleiders, quantum en andere strategische technologieën. Nederland kan het zich niet veroorloven om achter te blijven”, aldus Grotenhuis.
De Digital Holland-directeur stelt dat Nederland daarom niet alleen moet investeren in disruptieve innovaties, maar ook consequent moet blijven investeren in de sleuteltechnologieën waarin Nederland internationaal het verschil kan maken. “De Nationale Technologiestrategie en de daaruit voortgevloeide Actieagenda’s bieden daarvoor de richting; nu is het zaak daar ook voor langere tijd voldoende middelen aan te verbinden.”